Niet alles wat je voelt is van jou
maar kun jij het verschil nog voelen?

Blijf je bij jezelf… of raak je jezelf telkens een beetje kwijt?
We leven in een tijd waarin veel mensen zich onrustig voelen. Alsof er altijd iets “aan” staat. Alsof je wordt meegetrokken, zonder dat je precies weet waarin. Misschien herken je het: je energie zakt sneller weg, je raakt sneller uit balans, of je voelt dat je verder van jezelf afdrijft.
Wat daaronder ligt, is je trilling. De kwaliteit van je energie. Hoe dichtbij je bij jezelf bent.
Hoe dichter je bij jezelf blijft, hoe rustiger en helderder het van binnen wordt. Hoe verder je van jezelf verwijderd raakt, hoe sneller angst, twijfel en onrust ruimte krijgen. Niet omdat er iets mis is met jou, maar omdat je losraakt van je eigen bedding.
Een hoge trilling heeft niets te maken met altijd licht of positief zijn. Het gaat niet over jezelf omhoog trekken. Het gaat over aanwezig zijn bij wat er in jou leeft. Bij je lichaam. Bij je gevoel. Bij wat waar is voor jou.
Wanneer je daarin zakt, ontstaat er vanzelf ruimte. Je hoeft minder hard te reageren op wat er om je heen gebeurt. Je voelt beter wat van jou is en wat niet. En je blijft dichter bij jezelf, ook als het leven beweegt.
Wat ik vaak zie, is dat mensen proberen hun trilling hoog te houden door het donkere te vermijden. Door pijn weg te duwen, of zichzelf “goed” te houden. Maar juist daar raak je jezelf kwijt. Je trilling stijgt niet door weg te bewegen van wat moeilijk is. Je trilling stijgt wanneer je aanwezig durft te blijven. Bij het ongemak. Bij de emotie. Bij de stukken die gezien willen worden. Daar, precies daar, komt je energie weer in beweging.
Het vraagt dat je vertraagt. Dat je uit je hoofd zakt en terugkomt in je lichaam. Dat je voelt wat er gevoeld wil worden, zonder het meteen te willen oplossen. Dat je eerlijk kijkt naar je patronen, naar wat je hebt aangeleerd, naar waar je jezelf nog verlaat. En tegelijk vraagt het zachtheid. Dat je jezelf niet benadert als iets wat gefixt moet worden, maar als iemand die je mag ontmoeten.
Je kunt jezelf hierin ondersteunen door bewust te kiezen voor wat je voedt. In je omgeving, in de mensen met wie je je omringt, in wat je tot je neemt. Door de natuur op te zoeken, waar je systeem als vanzelf tot rust komt. Door ruimte te maken voor stilte, voor adem, voor voelen. Niet als techniek, maar als manier van leven.
Wanneer je dit doet, verandert er iets. Je wordt rustiger van binnen. Steviger. Minder afhankelijk van wat er buiten je gebeurt. Je voelt eerder wanneer iets niet klopt en je durft daar ook naar te handelen. Je komt terug bij jezelf. En van daaruit ontstaat iets wat niet te forceren is: een gevoel van vrijheid. Van ruimte. Van leven vanuit wie je werkelijk bent.
Misschien voel je het al terwijl je dit leest.
Dat je niet langer alleen wilt begrijpen wat er in je gebeurt, maar het ook echt anders wilt gaan leven. Dat je wilt leren hoe je bij jezelf blijft, ook als het schuurt. Ook als het leven beweegt.
Voor sommigen begint dat in stilte. Met lezen. Met woorden die iets openen van binnen. Misschien is mijn boek daarin een eerste stap. Een plek waar je jezelf herkent, en langzaam weer dichterbij komt.
En soms voel je: ik wil hier niet alleen doorheen. Ik wil dit belichamen. Oefenen. Bewegen, samen met anderen die ook kiezen om zichzelf niet langer te verlaten.
Dan is er de cursus Dichter bij jezelf, die in september start. Een bedding waarin je niet hoeft te presteren, maar mag zakken. Waar je stap voor stap leert om aanwezig te blijven bij wat er in jou leeft.
Voel vooral wat voor jou klopt, en wanneer. Er is geen haast.
Alleen een beweging terug naar jezelf.













